Het verkeer op fietssnelwegen en fietspaden van het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk in Vlaams-Brabant neemt halsoverkop toe. Maar het woon-werkverkeer volgt de trend niet en hinkt stevig achterop. “Slechts zes procent van de werknemers gebruikt in onze provincie de fiets om van en naar het werk te gaan. Daarmee scoren we het slechtste van heel Vlaanderen”, zegt Tom Dehaene, gedeputeerde voor mobiliteit.

De provincie Vlaams-Brabant telt het verkeer op fietssnelwegen en fietspaden van het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk. Van 1 januari tot 31 juli van dit jaar registreerde de provincie 1.238.176 fietsbewegingen op dertien meetpunten.

Aparte cijfers voor het woon-werkverkeer zijn er (nog) niet. “Dan zouden we anders moeten tellen, namelijk per uur. Technisch kan dat, maar dat vergt veel middelen”, zegt Dehaene. “We vermoeden dat er ook een stijging is van het woon-werkverkeer.”

“Maar de vaststelling blijft: zes procent is zeer weinig. In de rest van Vlaanderen gebruikt veertien à vijftien procent de fiets voor woon-werkverkeer. Vlaams-Brabant is de slechtste leerling van de klas.” Ondanks de vele inspanningen van het provinciebestuur, dat de voorbije jaren echt wel werk heeft gemaakt van fietsinfrastructuur.

Vlaamse Rand

Het lage percentage is volledig op rekening van de Vlaamse Rand rond Brussel te schrijven. “Dit zeer verstedelijkt gebied is de hoofdoorzaak van onze achterstand. Vrije fietspaden zijn er niet gemakkelijk te vinden en de ruimte is beperkt.”

Het doortrekken van de fietssnelweg vanuit Zaventem en Machelen naar de hoofdstad is een topprioriteit. Het traject staat of valt met de bouw van een fietsbrug over de Brusselse Ring. “Eerst ging die klaar zijn tegen 2016 of 2017. Nu is al sprake van 2019. Wij hopen dat de brug er zal zijn voor de start van de grote werken aan de Brusselse Ring in datzelfde jaar.” De bal ligt in het kamp van de Werkvennootschap.

In plaats van te wachten tot een volledig tracé kan worden afgewerkt, kiest de provincie ervoor om nu al stukken te realiseren en de fietsinfrastructuur te verbeteren. “Denk aan de kanaalroute Mechelen-Brussel, de verbinding vanuit Asse via deelgemeente Zellik en het traject Halle-Brussel langs het kanaal.

De provincie zet sterk in op het fiets-GEN. De zachte variant van het Gewestelijk Expresnetwerk moet tegen 2025 in en om Brussel en de Vlaamse rand 400 kilometer fietspaden omvatten.