De federale overheid heeft 60 miljoen euro verloren bij de verkoop van Brussels Airlines in Zaventem. Dat blijkt uit nieuw gepubliceerde berekeningen.

De staat had in 2001-2002, toen geld nodig was om een opvolger voor Sabena op te richten, een lening toegekend van 125 miljoen euro. De lening was via de federale participatiemaatschappij (FPIM) aan SN Airholding geschonken.

Op die lening werden intresten betaald. Maar dat gebeurde slechts in beperkte mate omdat de luchtvaartmaatschappij jarenlang financiële problemen kende. In 2009, kort nadat Lufthansa in het kapitaal van Brussels Airlines was gestapt, werd de lening omgezet in winstbewijzen. Die zouden recht geven op een dividend. Maar de luchtvaartmaatschappij maakte verlies en keerde dus geen dividend uit.

In 2016 nam Lufthansa alle aandelen van Brussels Airlines over en werden de winstbewijzen geannuleerd, zoals afgesproken in 2009. De Duitsers verschaften wel een kredietgarantie van 50 miljoen euro.

De FPIM leed tussen 2002 en 2016 dus 75 miljoen euro verlies op de geïnvesteerde 125 miljoen. Met aftrek van de betaalde intresten, zo’n 15 miljoen euro, komt het verlies voor de Belgische overheid uit op 60 miljoen euro.