Langs de E40 in de grensregio tussen Vlaams- en Waals-Brabant zijn negen nieuwe windturbines van het project Greensky in gebruik genomen. Die zullen groene stroom leveren om treinen te laten rijden. Onder meer op de hogesnelheidslijn Leuven-Luik en op de klassieke lijnen Leuven-Luik en Landen-Hasselt.

Het project Greensky is een parterschap van Engie Electrabel, spoornetbeheerder Infrabel, de stad Sint-Truiden en de Brusselse elektriciteitsintercommunale IBE. In oktober 2015 werden al zeven windturbines in gebruik genomen in het Limburgse Gingelom, op de grens met Vlaams-Brabant bij Landen.

Daar komen nu negen nieuwe windmolens bij. Het windturbinepark van Greensky breidt zich uit in Waals-Brabant op vier locaties nabij Tienen: vijf in Lincent, twee in Hannut en telkens een in Orp-Jauche en Hélécine. Op termijn zal het park van Greensky uit 25 windturbines bestaan.

De zestien geplaatste windturbines produceren jaarlijks 94.000 MWh. Dat is het gemiddelde verbruik van 26.000 huishoudens. Ze vertegenwoordigen 42.000 ton vermeden CO2-uitstoot.

De molens zijn aangesloten op de elektrische installaties van Infrabel, waardoor een deel van de windenergie rechtstreeks gebruikt wordt om treinen te doen rijden. Dagelijks maken 170 treinen op de hogesnelheidslijn Leuven-Luik en op de klassieke lijnen Leuven-Luik en Landen-Hasselt gebruik van de groene elektriciteit.