Als Vlaanderen evolueert naar een gelaagd model voor openbaar vervoer, legt het best 738 miljoen euro opzij voor het geplande kern- en aanvullend net en 112 miljoen euro voor het vervoer op maat of de invulling van de last mile. Dat staat in een studie van TML, Transport & Mobility Leuven.

De Vlaamse regering wil het openbaar vervoer op een andere manier organiseren. Er komt een gelaagd vervoersnetwerk. Dat netwerk bestaat uit het kernnet, het aanvullend net en het vervoer op maat. Het kernnet is de slagader met de grote verbindingen tussen de (voor)steden. Het aanvullend net moet de kleinere gemeenten verbinden met het bovenliggende kernnet. Het vervoer op maat is de invulling van de last mile waarbij ook gekeken wordt naar mogelijkheden met taxi’s, buurtbussen en deelauto’s.

Om dat nieuwe model te testen lopen er tot in 2018 vier proefprojecten. Intussen is een studie klaar die de financiering van de verschillende vervoerslagen heeft onderzocht. Daarbij is vertrokken van het exploitatiebudget dat De Lijn in 2015 kreeg: 851 miljoen euro.

Om dat bedrag te spreiden over de verschillende geplande vervoerslagen heeft studiebureau TML (Transport & Mobility Leuven) verschillende scenario’s berekend. In het voorkeursscenario is sprake van 738 miljoen euro voor het kern- en aanvullend net en 112 miljoen euro voor het vervoer op maat.

Voor dat vervoer op maat is in een eerste stap 32 miljoen euro gepland. Dat bedrag stemt overeen met het huidige budget voor de belbussen van De Lijn. Maar de bedoeling is om dat budget mee te laten evolueren met de groeiende initiatieven op het vlak van vervoer op maat, die nu nog wat in de kinderschoenen staan. Het extra geld voor vervoer op maat moet komen van de middelen voor het aanvullend net.