Nieuwkomers die taallessen van de twee laagste niveaus volgen, verhogen hun kansen op de arbeidsmarkt. Maar daarna vallen de effecten weg. Alleen wie echt het hoogste niveau van de taalopleiding bereikt, plukt daar ook de vruchten van op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit onderzoek van de KU Leuven.

Na het volgen van niveau 1.1 en 1.2 worden nieuwkomers in staat geacht een eenvoudige conversatie te voeren. Dat volstaat voor de meeste jobs waarin ze belanden. Ze gaan in de eerste plaats aan de slag in de schoonmaak-, de horeca- en uitzendsector.

De sprong maken naar beter betaalde banen lukt hen maar moeilijk. Ook als ze verdere taalcursussen volgen. Alleen wie het Nederlands tot in de puntjes kan bijschaven, kan zijn positie op de arbeidsmarkt vaak wel verbeteren.

“We zijn verbaasd over de resultaten”, zegt Peter De Cuyper die samen met Hanne Vandermeerschen het onderzoek uitvoerde in opdracht van het Agentschap Binnenlands Bestuur. “De belangrijkste conclusie is dat je er met taallessen alleen niet komt.”

De bevoegde minister Liesbeth Homans (N-VA) zegt dat er nooit eerder zoveel werd geïnvesteerd in inburgering via Nederlands als tweede taal en alternatieve vormen van leren. Daar staat dan het inmiddels bekende verhaal van rechten en plichten tegenover.