De Leuvense groep Aveve heeft in Landen de Vlaamse teelt van soja voor de voedingssector gepresenteerd. Een vijftal landbouwers behoort tot de pioniers die in Vlaanderen van start gaan met professionele sojateelt. Voor dit jaar wordt hun gezamenlijke sojaoogst geschat op honderd ton. Een van hen is Jimmy De Prins uit Grimbergen.

Aveve heeft samen met Alpro, het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (Ilvo) en het departement Landbouw en Visserij de schouders gezet onder de sojateelt. De partners zijn opgetogen over de proefvelden en hun eerste commerciële leveringen van soja voor menselijke consumptie.

Onder meer de KU Leuven heeft de voorbije vier jaar een grootscheeps onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor sojateelt in ons klimaat. De resultaten zijn beter dan verwacht. Het ogenblik om soja als nieuwe teelt in Vlaanderen uit te rollen lijkt aangebroken.

“Deze sojateelt creëert nieuwe kansen voor de lokale landbouwers als interessant gewas in de teeltplannen, met zowel een financieel rendement als een meerwaarde naar bodemkwaliteit. Bovendien leidt lokale sojateelt tot een kleine afstand van het veld naar het bord”, zegt salesmanager Dieter Peeters.

In 2017 is er een vijftal boeren die 25 hectare soja heeft ingezaaid. Bedoeling is om in 2018 verder op te schalen naar vijftig hectare. Om het risico voor de boer te beperken zijn financiële afspraken gemaakt binnen de startende sojaketen. De boeren krijgen een sterke omkadering. Dat is onder meer het geval bij landbouwer Jimmy De Prins waar Sanac, een dochteronderneming van Aveve, de teelt intensief begeleidt.

“Ik zit met een zandleembodem en daar gedijt de soja wel”, zegt De Prins. “De plant kan stikstof fixeren uit de lucht, wat maakt dat ik minder moet bemesten. Ook de volgteelt kan daarvan nog profiteren. Er is dus een positieve impact op de kwaliteit van mijn bodem. De afzet van mijn oogst is binnen het ketenoverleg geregeld, ook dat is voor mij een troef.”