In slechts iets meer dan de helft van de gevallen hebben afgestudeerden hun universitaire diploma nodig voor de job die ze nadien uitoefenen. Dat blijkt uit een onderzoek van de dienst onderwijsbeleid van de KU Leuven.

Het onderzoek werd verricht bij 1.479 masterstudenten die in 2015 afstudeerden aan de KU Leuven. De studie werd een jaar na het afstuderen uitgevoerd. Op dat moment was 93,1 procent van de bevraagden aan het werk en 3,8 procent nog op zoek naar een job.

Een baan vinden ging snel: 83 procent had de job binnen de drie maanden gevonden. Negen op tien was voltijds aan de slag. Net iets meer dan de helft werkte in de particuliere sector (51 procent) en 32 procent bij de overheid. De anderen waren aan de slag in de gezondheids-, welzijns- en sociaal-culturele sector (13 procent) of elders (4 procent).

Voor slechts 53 procent van de werkende afgestudeerden was het behaalde masterdiploma noodzakelijk om de job te bemachtigen. Bij zestien procent was eender welk universitair diploma noodzakelijk. Bij achttien procent was het bezit ervan wenselijk. Voor twaalf procent was het universitair diploma niet nodig voor de uitoefening van de job.