De rechtbank van koophandel heeft de vraag tot opschorting van de uitstap van vijftien Vlaams-Brabantse gemeenten uit de waterintercommunale Vivaqua ongegrond verklaard. Daarmee is die uitstap definitief.

Vijftien Vlaams-Brabantse gemeenten stapten eind vorig jaar uit de Brusselse waterintercommunale. Het gaat om Dilbeek, Halle, Kortenberg, Machelen, Merchtem, Sint-Pieters-Leeuw, Steenokkerzeel, Tervuren, Zaventem en Grimbergen en vijf van de zes faciliteitengemeenten: Kraainem, Sint-Genesius-Rode, Drogenbos, Wezembeek-Oppem en Wemmel.

De uittreding werd op een buitengewone algemene vergadering goedgekeurd. Maar twee Brusselse gemeenten, Oudergem en Sint-Lambrechts-Woluwe, tekenden beroep aan tegen de beslissing. Dat gebeurde zowel bij de Raad van State als bij de Brusselse rechtbank van koophandel.

De rechtbank van koophandel heeft de claim van Oudergem en Sint-Lambrechts-Woluwe nu als ongegrond verklaard. Dat betekent volgens de watermaatschappij meteen ook dat de rechtsvordering bij de Raad van State zou moeten worden vernietigd. De Raad van State mag zich immers niet uitspreken over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van een andere rechtbank behoren.

De uitspraak regelt de uittreding van de Vlaams-Brabantse gemeenten uit Vivaqua. Het is ook groen licht voor de fusie van Vivaqua met afvalwaterbeheerder Hydrobru, een intercommunale die alleen in het Brusselse Gewest actief is. “Die fusie is sinds 1 januari een feit en kan nu in alle rust worden afgewerkt”, zegt Vivaqua-voorzitster Faouzia Hariche.

De Vlaams-Brabantse gemeenten hebben hun aandelen bij Vivaqua van de hand gedaan. Zij zagen het samengaan niet zitten omdat Hydrobru volgens hen een zware schuldenlast torst. De gemeentebesturen stapten over naar andere waterbedrijven zoals Farys en De Watergroep.