De provincie Vlaams-Brabant keurde een afwegingskader goed voor toekomstige golfterreinen. Hiermee kan ze snel inspelen op de vraag naar nieuwe golfterreinen. Asse, Halle, Leuven, Tienen en Zemst werden afgebakend als regio’s waar nog een golfterrein kan komen.

Golf(sport) blijft elitaire rondjes draaien en slaagt er maar niet in om te populariseren. Toch vindt de provincie dat er nog golfterreinen in de schaarse open ruimte mogen bijkomen. “We hebben toekomstige mogelijke locaties voor nieuwe terreinen bestudeerd”, zegt Ann Schevenels, gedeputeerde voor Ruimtelijke Planning.

‘”Omdat golfterreinen veel ruimte innemen, is een goede ruimtelijke afweging belangrijk. Het afwegingskader kan gebruikt worden voor de beoordeling van terreinen van negen holes maar ook voor locaties op gemeentelijk en Vlaams niveau.” Een terrein van negen holes vereist een oppervlakte van liefst veertig hectare.

De provincie is voorstander van een goede integratie van golfterreinen in hun omgeving door na te gaan of andere vormen van recreatie of natuurontwikkeling met het terrein gecombineerd kunnen worden. Een ander, discutabel argument is dat de sector in beweging is en er gezocht wordt naar manieren om de sport toegankelijk te maken voor iedereen. We selecteerden enkele mogelijke locaties waar we de grootste maatschappelijke meerwaarde kunnen creëren voor een golfterrein. Zo zijn we voorbereid op vragen en kunnen we inspelen op behoeften van de golfsector.”

Overleg

Op basis van aanwezige terreinen en de behoefte aan nieuwe locaties selecteerde de provincie vijf regio’s waar er ruimte is voor bijkomende golfterreinen. Dat zijn Asse, Halle, Leuven, Tienen en Zemst. In elk van deze regio’s kan één terrein van negen holes worden ontwikkeld. Elke regio heeft eigen voorwaarden voor natuurontwikkeling, landbouwimpact en verkeersafwikkeling. In Asse bevindt zich het grootste ontwikkelingspotentieel voor een terrein van achttien holes.

De locaties en voorwaarden werden bepaald in samenwerking met de gemeenten en de overkoepelende sectorvereniging Golf Vlaanderen. Als een ontwikkelaar interesse toont in een van de locaties wordt zijn vraag besproken met gemeenten, omwonenden, lokale verenigingen en belangenorganisaties. “Vanuit dat lokaal overleg streven we naar een optimale ruimtelijke integratie en houden we maximaal rekening met andere vragen naar recreatie of natuurontwikkeling. Na de conclusies van dat lokale overleg maken we een ruimtelijk uitvoeringsplan op.”