DenHaenMet de studie van het Kennisnetwerk Detailhandel in de hand, werkte de provincie Vlaams-Brabant een nieuwe Visie Detailhandel uit. Diensthoofd Economie Gudrun Denhaen zette bij de voorstelling acht krachtlijnen op een rij.

“In onze provincie werken 43.325 mensen in de detailhandel”, zegt Marc Florquin, gedeputeerde voor Economie. “Belangrijk genoeg dus om deze economische sector onder de loep te nemen. De interprovinciale studie Detailhandel brengt een volledig zicht op de detailhandelssituatie en -ontwikkelingen in de vijf Vlaamse provincies. Per gemeente is een feitenfiche beschikbaar, waarin data over het detailhandelsaanbod, de koopstromen en de bezoekmotieven zijn opgenomen. De gemeentelijke SWOT-fiches bevatten een sterkte-zwakteanalyse aangevuld met een aantal beleidsaanbevelingen.”

De gemeenten kunnen met die schat aan informatie aan de slag, maar de provincie heeft ook een nieuwe visie op detailhandel ontwikkeld. Die telt acht krachtlijnen

  1. Kernen versterken als basis voor vitale steden en gemeenten. “Er moet voor de inwoners van alle woonkernen een goed aanbod zijn op het vlak van horeca, cultuur en detailhandel”, zegt diensthoofd Economie Gudrun Denhaen. “Het is van vitaal belang dat we een antwoord kunnen bieden op steeds veranderende vragen. Voor de provincie betekent dit het versterken van de kernen zelf en het stimuleren van het concurrerend vermogen ten opzichte van winkelgebieden buiten de woonkernen.
  2. Groeien naar een geïntegreerd en integraal beleid van kernversterking. “We moeten af van impulsieve oplossingen”, zegt Dehaen. “Verschillende beleidsdomeinen moeten hun beleid onderling beter afstemmen.
  3. Detailhandelsbeleid voeren vraagt om structurele sturing. “We willen als provincie de steden en gemeenten helpen om een sterk regisserende rol op te nemen en in dialoog gaan met de betrokken partners”, zegt Denhaen.
  4.  Inzetten op een toegankelijk basisaanbod in buurten en kernen. “Ook in kleine kernen moeten winkels antwoorden bieden op noden door vergrijzing en minder mobiliteit. We zetten hier in op het ontwikkelen van nieuwe vormen van het bijeenbrengen van vraag en aanbod. We moeten daarbij ook oog hebben voor zaken als korteketenverkoop of kleine marktjes.”
  5. Kiezen voor een selectief locatiebeleid voor nieuw aanbod. “Dit is belangrijk om verloedering van bestaande handelspanden tegen te gaan. We steunen een aanbodbeleid dat onder meer gebaseerd is op de impact ervan op het alk bestaande winkelaanbod, de leefomgeving en de draagkracht van de bevolking.
  6. Herstructureren en verdichten eerder dan creëren van nieuwe concentraties detailhandel. “Gebieden verdichten, is beter dan nieuwe gebieden aan te snijden”, zegt Denhaen. “Uitbreidingen moeten dus eerder aansluiten op kernwinkelgebieden. We zullen de lokale besturen aanmoedigen om kernwinkelgebieden en winkelarme gebieden aan te duiden van zodra dat kan met het aangepaste decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid.
  7. Erkennen van de plaats en rol van steden en gemeenten. “Het historische fijnmazige netwerk van winkelclusters is niet houdbaar”, zegt Denhaen, “We winkelen voor periodieke goederen eerder in grote centra, maar dagelijkse producten moet wel degelijk ook in kleine kernen beschikbaar zijn.
  8.  Informeren en ondersteunen door dialoog. “Er is nood aan een doortastend provinciaal beleid”, zegt Denhaen. “We investeren daarom in een detailhandelsbeleid dat afgestemd is met de beleidsdomeinen Mobiliteit, Ruimtelijke Ordening, Toerisme en Leefmilieu en nemen actief onze rol op bij nieuwe projectvoorstellen met een bovenlokaal verzorgingsgebied.