Wetenschappers van de afdeling Plantenbiotechniek van de KU Leuven voeren een onderzoek naar de mate waarin de 1.500 bestaande bananensoorten gedijen in de Afrikaanse hooglanden. Ze gebruiken daarvoor een container waarin dat klimaat nagebootst wordt. Op termijn willen ze Afrikaanse boeren kunnen adviseren welk soort bananen ze het best planten in hun regio.

De Afrikaanse hooglanden worden klimatologisch gekenmerkt door koude nachten en te weinig regen voor een klassieke bananenplant. Om na te gaan welke bananen het best gedijen in dat klimaat worden de verschillende soorten gedurende acht weken in de container opgekweekt.

Per sessie kan de evolutie worden nagegaan van twintig soorten, waarvan telkens achttien stekjes worden geplant. Na 75 cycli zijn alle bananensoorten getest.

“De boeren in die contreien zien de bananenplanten nu niet echt als een wingewas. Ze worden vaak in achtertuinen geplant en er worden weinig middelen ingezet om te investeren in deze planten. We willen de boeren met dit onderzoek bewuster maken van de relatief makkelijke voedselbron die een bananenplant is en hen soorten aanraden die maximaal renderen”, zegt Sebastien Carpentier van KU Leuven.

Het onderzoekt kadert in het Europese COST-project waarbij instellingen uit 28 Europese landen testen uitvoeren hoe soorten van een bepaald gewas het doen onder specifieke klimatologische omstandigheden. De onderzoekers willen ook anticiperen op de gevolgen van de klimaatverandering.