Luchtverkeersleider Belgocontrol in Steenokkerzeel heeft de beschikbare ruimte om windmolens te bouwen in kaart gebracht. Daarbij werden enkele criteria versoepeld, waardoor er meer ruimte wordt vrijgemaakt om windmolens te bouwen. Maar de nabije omgeving van de luchthaven van Zaventem blijft een no-gozone. Vlaams-Brabant telt daardoor beduidend minder windmolens dan andere provincies.

Wie in ons land windturbines wil bouwen, moet het advies inwinnen van Belgocontrol. Zulke constructies kunnen de werking van radionavigatie- en radarsystemen verstoren. Dan kan het gebeuren dat luchtverkeersleiders in de verkeerstoren in Steenokkerzeel een vliegtuig niet of op een verkeerde positie zien op hun radarscherm.

Tachtig procent van de aanvragen voor windmolens kreeg de jongste jaren een positief advies. Maar toch was er nood aan meer duidelijkheid. “In het verleden waren de criteria niet altijd duidelijk. De sector wist niet altijd waaraan zich te houden”, zegt Belgocontrol-topman Johan Decuyper.

De luchtverkeersleider heeft de procedures voor de adviezen herzien. “We bieden meer duidelijkheid en adviseren sneller. Enkele criteria werden versoepeld. Er is nu meer ruimte beschikbaar dan vroeger.” In Vlaams-Brabant komen daardoor meer windmolens in zicht.

Belgocontrol heeft de nieuwe criteria in kaart gebracht. Rond luchthavens en radars kleurt de kaart rood. Vanaf enkele kilometers verder zijn er meer mogelijkheden om windmolens te bouwen. Op basis van de kaart kunnen bouwpromotoren vooraf al een inschatting maken van de haalbaarheid van hun project. Daarmee kunnen ze onnodige studiekosten vermijden.

Decuyper verwacht dat in de toekomst de no-gozones rond luchtvaartinstallaties kleiner worden. De luchtverkeersleider is op zoek naar manieren om de interferentie tussen windmolens en technische installaties te verminderen. De Vlaamse regering trok 3 miljoen euro uit voor investeringen in de software van de radarapparatuur.

“Met de nieuwe aanpak draagt Belgocontrol zijn steentje bij tot de energieomslag en nemen we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid op. Al blijft de veiligheid van het luchtverkeer de eerste prioriteit.”