Een meerderheid van de marktkramers ziet de toekomst van markten niet rooskleurig in. Dat komt door de combinatie van concurrentie van grote winkelketens en webshops met verkeersbeperkingen in de binnenstad zoals in Leuven.

Dat is de conclusie van de masterproef van Gwen De Bruyn aan de KU Leuven. Uit een bevraging van 239 Vlaamse marktkramers blijkt dat zij vooral gedreven worden door vrijheid, sociaal contact, afwisseling in de job, zelfstandigheid, sfeer op de markt en uitdaging.

Keerzijde van de medaille is dat ze alleen met een voedingskraam nog een ruim inkomen kunnen verwerven. In andere branches zoals textiel en huishoud- en onderhoudsproducten is het moeilijk overleven. Dat is een gevolg van de toegenomen vaste kosten en dalende inkomsten door de steeds sterker wordende concurrentie van grote winkelketens en webshops.

Een heel belangrijk element dat volgens de marktkramers financieel nadelig is, zijn de nieuwe regelingen op vlak van mobiliteit en verkeer zoals de invoering van het circulatieplan in Leuven. Ze vrezen dat daardoor minder bezoekers naar de markten zullen komen.

Familieberoep

De marktkramers vragen dat lokale besturen hen meer steunen, bijvoorbeeld door een verlaging van de standgelden en meer reclame voor markten. Ook de kilometerheffing op vrachtwagens knaagt aan hun inkomsten.

Dat de marktkramers de toekomst somber inzien, komt ook omdat het een typisch familieberoep waar verjonging uitblijft omdat steeds minder kinderen hun ouders opvolgen. Heel weinig jongeren zonder achtergrond als marktkramers stappen in het beroep.

Het publiek dat markten aandoet, wordt steeds ouder. Jongeren zien door het overaanbod de markt niet meer als een aantrekkelijke plaats om producten te kopen.

De gemiddelde marktkramer is 47,5 jaar, laag tot gemiddeld geschoold en samenwonend. Hij is werkzaam als marktkramer in hoofdberoep, runt een eenmanszaak en heeft geen bijkomstige winkel. Gemiddeld staat hij wekelijks op vier tot zeven markten.