Op het wereldkampioenschap voetbal in Rusland in juni en juli wordt hoogstwaarschijnlijk gebruik gemaakt van een video assistent referee. De International Football Association Board (IFAB) analyseerde het gebruik van zo’n videoref in competities in meer dan twintig landen waaronder België. De analyse van het experiment werd uitgevoerd door de KU Leuven, dat het academic support video assistent referee project heeft opgestart.

Sinds maart 2016 werden iets meer dan 800 wedstrijden gespeeld met een videoref. In acht procent van die wedstrijden had de videoref een positieve impact op het resultaat. Dankzij de aanwezigheid van de videoref loopt het percentage van correcte beslissingen tijdens een wedstrijd op van 93 tot 98,9 procent.

Tegenstanders stellen dat met het gebruik van de videoref te veel tijd verloren wordt en dat het spel te veel stilligt. Maar ook dat weerlegt het onderzoek: gemiddeld worden minder dan vijf fases per wedstrijd onder de loep genomen, wat telkens een twintigtal seconden in beslag neemt.

Als gecommuniceerd moet worden met de videoref doet de scheidsrechter er gemiddeld 39 seconden over. Bij het bekijken van een fase langs de zijlijn duurt het een minuut en tien seconden. In totaal wordt er zo slechts minder dan één procent van de speeltijd gespendeerd.

“De resultaten van onze analyses zijn positief en zeer bemoedigend”, zegt IFAB-bestuurder Lukas Brud. Op het definitieve groene licht is het nog wachten tot 3 maart.