keyboard-279667_640Kleine en middelgrote ondernemingen missen de digitale trein. Dat blijkt uit cijfers van de jaarlijkse barometer van de federale overheidsdienst Economie. Onze kmo’s zijn zich te weinig bewust van de groeimogelijkheden van de digitale economie. En in ieder geval maken ze er te weinig gebruik van. Een inhaalbeweging dringt zich op, vooral op het vlak van e-commerce.

Het aantal Belgen dat koopt op het internet zit stevig in de lift. Zo’n 54 procent plaatste het voorbije jaar een bestelling online. Dat is een stijging met zes procent maar nog altijd minder dan in onze buurlanden. De groei van de e-commerce is dus te danken aan de consumenten. Daarvan profiteren naast internationale ketens ook steeds meer eigen bedrijven. Het aandeel van hun omzet afkomstig uit e-commerce steeg van 13,5 naar 21,8 procent.

De bedrijven hebben een nog grotere inhaalbeweging te maken dan de consumenten. Meestal kopen we onze spullen bij buitenlandse webwinkels. Vooral kleine en middelgrote ondernemingen hinken achterop. Slechts 2,4 procent van de bedrijven met minder dan vijftig ondernemers verkoopt via het internet.

Opdat de Belgische kmo’s toch de stap naar het internet zouden doen, start federaal minister van Digitale Agenda Alexander De Croo (Open VLD) dit najaar een rondreis langs de bedrijven. Ondernemersorganisaties als Voka en Unizo zullen hem vergezellen. De Croo wil de kmo’s wijzen op de voordelen van e-commerce. Het gaat niet alleen over het runnen van een webshop maar ook over de manier waarop ze handel drijven en hun diensten aanbieden.

Voorwaarde is wel dat er snel een akkoord komt over nachtarbeid in de sector van de e-commerce. Een versoepeling van de regels moet ons land aantrekkelijker maken voor distributiecentra van pakketjes die online werden verkocht. Het huidige verbod leidt tot een geldstroom naar het buitenland, vooral naar Nederland. Daar draaien de distributiecentra tijdens de nacht op volle toeren.