De kleine en middelgrote ondernemingen in België verkeren in goede gezondheid. Ze staan financieel een stuk sterker dan de voorbije jaren. Toch aarzelen ze om te investeren, vooral door onzekerheid over het beleid. Dat blijkt uit de conclusies jaarlijkse kmo-rapport van de ondernemersorganisaties Unizo en UCM en het informatiekantoor Graydon.

“De kmo’s zijn een stuk sterker uit de crisis gekomen. Hun eigen vermogen stijgt, rekeningen worden sneller betaald en ze zijn beter gewapend tegen grote economische schokken”, stelt het rapport. Ruim driekwart mag “robuust en gezond” genoemd worden. Slechts twaalf procent heeft een groot risico op faling.

Het gaat om de beste cijfers in tien jaar. In vergelijking met de periode voor de financiële crisis zijn de kmo’s financieel onafhankelijker geworden. Ze werken verhoudingsgewijs meer met hun eigen vermogen.

“Dat ze voldoende financiële middelen hebben, is goed nieuws. Maar veel liquide bijhouden is op zich niet rendabel”, zegt Eric Van den Broele, onderzoeker bij Graydon. “Het geld zou moeten worden geïnvesteerd. Maar veel kmo’s kunnen, durven of zijn niet gemotiveerd om ook actief te investeren.”

Die aarzeling heeft volgens Unizo-topman Karel Van Eetvelt te maken met onzekerheid over het beleid. “De verschillende belastinghervormingen, het uitblijven van een broodnodige verlaging van de vennootschapsbelasting en de discussie over de invoering van een meerwaardebelasting op aandelen zorgen nog voor te veel wantrouwen om te investeren, zegt Van Eetvelt.

Het kmo-rapport bestudeert de Belgische eenmanszaken en kmo’s tot vijftig werknemers. Sinds 2013 zijn er meer dan een miljoen dergelijke ondernemingen in ons land. In 2015 ging het om 1.067.240 zaken. Bijna de helft bestaat nog geen tien jaar.