Kleine en middelgrote ondernemingen moeten een betere toegang tot kredieten krijgen. De administratieve rompslomp voor microkredieten moet verkleinen. Kmo’s moeten meer accurate precontractuele informatie krijgen en beter begeleid worden als een krediet geweigerd wordt. Dat besluit minister van Middenstand en Kmo’s Willy Borsus na een doorlichting van de financiering van kmo’s.

De federale overheidsdienst Economie heeft de wet uit 2013 over de financiering van kmo’s geëvalueerd. Dat gebeurde met een uitvoerige enquête bij 10.000 kmo’s. De wet uit 2013 moest een specifiek kader creëren dat gunstig is voor het krediet voor kmo’s, voor het uitbouwen van een transparante contractuele relatie tussen kredietgevers en -nemers en voor het vereenvoudigen van de toegang tot financiering van de kmo’s.

Uit de enquête bleek dat er geen onrustwekkende onregelmatigheden werden vastgesteld. Sinds 1 maart 2014 werd slechts vijftien procent van de kleine en middelgrote ondernemingen en twaalf procent van de starters geconfronteerd met een kredietweigering.

De kredietaanvragen zijn vooral afkomstig van de bouwsector (19 procent), kleinhandel (12), horeca (8) en medische sector (7 procent). Federaal minister Borsus evalueert de wet als positief maar er zijn verbeteringen mogelijk. “We moeten de kmo’s beter begeleiden als een krediet geweigerd wordt. Het plafond van het kredietbedrag kan verhoogd worden van 1 naar 2 miljoen euro.”