Het aantal mensen dat geregeld met de fiets naar het werk gaat, is gestegen in 2016. Daarnaast blijft ook de populariteit van de bedrijfswagen groeien. Dat blijkt uit de tweede mobiliteitsbarometer van Acerta met hoofdzetel in Leuven.

De hr-dienstenverlener bevroeg zijn klanten naar het woon-werkverkeer tijdens het afgelopen jaar. Het gaat om 40.000 mensen in de privésector. Het aantal fietsende pendelaars is in vergelijking met 2015 toegenomen met iets meer dan dertien procent.

Tegenwoordig kiest een op de vijf al geregeld voor de fiets. Maar daarom nog niet elke dag. Een kleine groep werknemers wisselt de fiets af met de eigen wagen (7,8 procent). Een kleinere minderheid doet hetzelfde met de bus of de trein. Het weer in de ochtend bepaalt de keuze.

Het stijgend succes van de fiets wordt toegeschreven aan de toenemende files. “Maar ook aan de fiscale stimuli voor het gebruik van de fiets”, zegt Dirk Wijns, directeur bij Acerta Consult. Zo keren de meeste bedrijven een fietsvergoeding uit van 0,23 euro per kilometer. Een belachelijk laag bedrag, zeker in vergelijking met de terugbetaling van kilometers met de eigen wagen. Sommige werkgevers bieden een bedrijfsfiets aan. Hun aantal groeit, maar de weerstand blijft groot.

De auto is en blijft het meest gebruikte vervoermiddel voor de werknemer. De wagen wordt gebruikt door iets meer dan 71 procent van de pendelaars. Dat is zelfs een lichte stijging, met 0,3 procent. Nog altijd rijdt ruim een op de tien werknemers met een bedrijfswagen naar het werk. Ook hier weer een verrassende stijging: 3,6 procent meer dan een jaar eerder.