Expertisecentrum speelt in op grote vraag naar truckers

rijopleidingscentrumHet Provinciaal Instituut voor Vorming en Opleiding (Pivo) en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) gaan nauwer samenwerken voor gespecialiseerde rijopleidingen. Samen richten ze op de site van het Pivo in Relegem (Asse) een expertisecentrum rijopleidingen en verkeer op. Daarmee spelen ze in op de grote vraag naar vrachtwagenchauffeurs in de transportsector.

Fons Leroy, gedelegeerd bestuurder van de VDAB, en gedeputeerde Tom Dehaene ondertekenden dinsdag de samenwerkingsovereenkomst. Het Pivo en VDAB werken al vijf jaar samen aan rijopleidingen. Het nieuwe expertisecentrum opent in het najaar de deuren. Jaarlijks kunnen duizend werkzoekenden en werknemers er een opleiding volgen.

“Deze samenwerking is duidelijk een win-winsituatie”, zegt Tom Dehaene. “Daarom gaan we ze de komende veertien jaar verderzetten op een meer structurele manier met grotere wederzijdse financiële en infrastructurele engagementen. Er wordt gezamenlijk voor meer dan 1 miljoen euro geïnvesteerd.”

Loods 106 op de Pivo-site zal omgebouwd worden tot het VDAB/Pivo  expertisecentrum rijopleidingen verkeer. De VDAB centraliseert er haar rijsimulatoren. Gespecialiseerde lesgevers zullen er een rijopleiding geven aan de klanten van de VDAB en cursisten van de Vlaams-Brabantse politie- en brandweerschool.

“We hebben in Asse al twee simulatoren staan. We gaan nu nog zes andere simulatoren naar de campus brengen, zodat we hier meer opleidingen kunnen organiseren in de transportsector”, stelt Leroy. Met de simulatoren kunnen heel wat cursisten tegelijkertijd opgeleid worden. Op een aanpalend perceel kunnen ze de theorie omzetten in praktijk.

De vraag naar vrachtwagenchauffeurs is erg groot in de transportsector. Met deze investering speelt de VDAB hierop in. Maar ook het Pivo heeft baat bij het nieuwe opleidingscentrum. “We organiseren zelf ook aangepaste rijopleidingen aan onze brandweermannen, onze dringende geneeskundige hulp en de politie. Wij hebben dus nood aan goede infrastructuur en goede instrumenten voor deze opleiding”, zegt Dehaene.