Er zijn nog drie leveranciers in de running voor de bestelling van zes volledig elektrische bussen van De Lijn. Twee daarvan moeten tegen het einde van 2019 rijden in Leuven. Het gaat om het Belgische VDL Bus en de Scandinavische busbouwers Linkker (Finland) en Volvo Bus (Zweden).

De Vlaamse vervoersmaatschappij maakte in april bekend dat Gent, Antwerpen en Leuven elk twee elektrische bussen krijgen met bijhorende oplaadinfrastructuur. Het gaat om een proefproject, als voorbereiding op een groene golf later.

Vanaf 2019 wil De Lijn alleen nog maar bussen met alternatieve aandrijving kopen. Vanaf 2025 zouden in stedelijke omgevingen alleen nog elektrische of hybride bussen mogen rijden.

Elektrische bussen vergen een aanzienlijke investering. Zo’n bus kost 450.000 euro, tegen 220.000 euro voor een klassieke bus. En dan is de nodige laadinfrastructuur nog niet meegerekend.

Vijf leveranciers stelden zich kandidaat om de bussen aan De Lijn te leveren. Daar bleven er uiteindelijk drie van over: VDL, Linkker en Volvo. Met VDL is een van de twee grote Belgische spelers vertegenwoordigd. De tweede, Van Hool, stelde zich geen kandidaat.

De Lijn kiest voor bussen met kleinere batterijen, om niet te moeten toegeven op het aantal plaatsen. Zo zullen de elektrische bussen net als dieselbussen 65 plaatsen hebben, waarvan 25 zitplaatsen. Door de kleinere batterijen zullen de bussen wel maar vijftig minuten kunnen rijden, goed voor 25 kilometer.

Met laadpunten aan de begin- of eindhalte van de bussen kunnen ze in zeven tot acht minuten worden opgeladen voor de volgende rit. ’s Nachts worden ze opgeladen in de stelplaats. Voor Leuven wordt nog bekeken welke lijn het meest geschikt is.

“Met de proeven willen we de haalbaarheid testen van deze nieuwe technologie die geen schadelijke uitstoot produceert, net als de inpassing in het openbaar domein en de prestaties qua energievoorziening”, zegt Roger Kesteloot, directeur-generaal van De Lijn.