Een op de drie werknemers in de Belgische bouwsector was in 2015 gedetacheerd vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie. Mede door de toename van die detachering is het aantal binnenlandse werknemers tussen 2011 en 2015 met zeven procent gedaald. Uit onderzoek van het Leuvense HIVA, het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving aan de KU Leuven, blijkt dat vooral aannemers met de grootste omzet een beroep doen op detachering. Kleinere onderaannemers worden daardoor mogelijk uit de markt geconcurreerd.

Bij detachering stellen buitenlandse werkgevers voor een bepaalde periode arbeidskrachten te werk in België. Daarbij moeten zij de Belgische loon- en arbeidsvoorwaarden respecteren, maar blijven zij wel onderworpen aan de sociale zekerheid van hun eigen land.

De daling van het aantal binnenlandse werknemers in de bouwsector vond plaats ondanks het feit dat de voorbije jaren weer meer gebouwd wordt. Het verdringingseffect doet zich vooral voor bij ruwbouw en stukadoorswerken. “Dat betekent niet dat voor een bijkomende gedetacheerde job ook een binnenlandse job verloren ging”, zegt professor Jozef Pacolet, een van de auteurs van de studie.

“De jongste drie jaar stonden tegenover een binnenlandse werknemer minder gemiddeld vijf gedetacheerden personen meer. In dat opzicht heeft detachering de totale tewerkstelling in de Belgische bouwsector doen toenemen.”

Tussen 2011 en 2015 steeg het aantal binnenlandse zelfstandigen met bijna elf procent. Een op vijf van de gedetacheerde personen naar de Belgische bouwsector heeft het zelfstandigenstatuut.

Voor het eerst is ook onderzocht wie de klanten zijn voor detachering. Hierbij blijkt een sterke tweedeling tussen de ondernemingen te bestaan. Zo blijkt dat van de honderd aannemers met de grootste omzet tachtig procent een beroep doet op gedetacheerde arbeidskrachten. Kleine ondernemingen maken er dan weer weinig of geen gebruik van. In totaal doet naar schatting een op tien  bedrijven een beroep op detachering. De grote aannemers halen dus voordeel uit detachering via een grotere toegevoegde waarde en groeiende tewerkstelling. De andere (onder)aannemers, vooral kleinere kmo’s, worden mogelijk uit de markt worden geconcurreerd.