In Brussel gebeuren maar liefst vier op de tien verplaatsingen met een persoonlijk gemotoriseerd voertuig. In vergelijking met andere Europese grootsteden scoort onze hoofdstad slecht op het ontraden van autogebruik. In Kopenhagen, Amsterdam en Berlijn nemen pendelaars vier tot tien keer vaker de fiets dan in Brussel. Dat blijkt uit een studie van het Wuppertal Instituut in opdracht van Greenpeace.

Onze hoofdstad scoort slecht in vier van de vijf onderzochte categorieën: openbaar vervoer, verkeersveiligheid, actieve mobiliteit (wandelen en fietsen) en mobiliteitsmanagement. “De omslag naar duurzame mobiliteit moet sneller”, aldus Joeri Thijs, mobiliteitsexpert van Greenpeace. “Te veel Brusselaars gebruiken nog voor korte afstanden de wagen. En dan zijn er uiteraard de pendelaars, die massaal met de auto komen omdat de fiscaliteit voor bedrijfswagens te gunstig blijft en parkeren veelal goedkoper is in vergelijking met alternatieven.”

Paradox

Intussen nemen pendelaars in andere Europese grootsteden zoals Kopenhagen, Amsterdam en Berlijn al vier tot tien keer vaker de fiets dan in Brussel. “Er is een paradox: in vergelijking met andere steden telt het centrum al een van de grootste aantallen deelfietsen per vierkante kilometer, maar zolang het verkeer en de infrastructuur te gevaarlijk zijn, gebruiken mensen ze niet.” Intussen voerde Brussel een Lage Emissie Zone in voor oude dieselwagens, maar volgens Greenpeace is dat slechts een eerste stap.

Bestuurlijke versnippering

Brussels minister van Mobiliteit Pascal Smet (sp.a) wijst erop dat tijdens deze legislatuur 5,2 miljard euro naar openbaar vervoer ging. Hij zegt in het rapport vooral een aanmoediging te lezen voor de omslag die de Brusselse regering naar eigen zeggen heeft ingezet. Smet wijt de problemen aan bestuurlijke versnippering. Volgens hem liggen sommige van de negentien gemeenten dwars en is er vanuit de regio’s ook weerstand tegen de Brusselse mobiliteitsplannen.