ThromboGenics betaalt 250.000 euro voor een minnelijke schikking in het kader van een onderzoek door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). Die is van mening dat het biofarmabedrijf uit Leuven in 2014 onvoldoende communiceerde over de strategische herziening die aan de gang was. Op een bepaald moment was er sprake van zes mogelijke overnamekandidaten, maar het bedrijf bleef op eigen benen staan.

ThromboGenics had op 24 februari 2014 aangekondigd strategische opties voor de vennootschap te bekijken. De beslissing hield verband met  de commercialisering van het oogheelkundig product Jetrea in de Verenigde Staten. ThromboGenics had die begin 2013 opgestart maar de verhoopte verkoopcijfers werden niet behaald.

In diverse persartikels werd bevestigd dat het strategisch herzieningsproces niet alleen een overnamescenario inhield, maar ook andere strategische opties zoals het afsluiten van een commerciële samenwerkingsovereenkomst. Tegen 13 mei 2014  hadden belangrijke  sectorgenoten aangegeven dat zij geen concreet overnamebod zouden indienen maar bleef een aantal partijen geïnteresseerd in een samenwerking met ThromboGenics voor de distributierechten voor Jetrea in de VS.

Na 13 mei 2014 bracht ThromboGenics een partij op de hoogte van zijn voornemen om gedurende drie maanden exclusieve onderhandelingen over de VS-rechten van Jetrea op te starten. Op 24 juni 2014 publiceerde ThromboGenics een persbericht waarin het aangaf dat de vennootschap op eigen benen zou voortgaan.

“De FSMA is van mening dat ThromboGenics de markt had moeten informeren over de evolutie van het strategisch herzieningsproces na de gebeurtenissen van 13 mei 2014. De wet van 2 augustus 2002 bepaalt dat beursgenoteerde ondernemingen voorkennis die rechtstreeks op hen betrekking heeft onmiddellijk openbaar moeten maken”, zegt FSMA-woordvoerder Jim Lannoo.

In het kader van haar administratief sanctiebeleid kan de FSMA een minnelijke schikking aanvaarden als ThromboGenics meewerkt aan het onderzoek. De minnelijke schikking bestaat uit de betaling van 250.000 euro en een nominatieve publicatie op de website van de FSMA. Het Leuvense biotechbedrijf houdt er vooral zware imagoschade aan over.