Het betaalde educatief verlof wordt elk jaar minder populair. Dat blijkt uit cijfers van de Leuvense hr-dienstverlener Acerta. Vorig jaar maakte amper 2,13 procent van de werknemers in de privésector gebruik van het systeem waarmee ze een bijscholing kunnen volgen zonder loon te verliezen.

Wie in de privésector werkt, heeft het recht op een aantal uren afwezigheid per jaar om erkende opleidingen te volgen met behoud van loon. De overheid betaalt de werkgevers hiervoor gedeeltelijk terug. Sinds 1 juli zit die bevoegdheid bij de gewesten.

Het systeem wordt amper gebruikt. Vorig jaar nam slechts 2,13 procent van de Belgische werknemers betaald educatief verlof. In 2012, een zogenaamd topjaar, lag dat cijfer niet veel hoger: 2,43 procent. Sindsdien neemt de populariteit van het systeem alleen maar af.

Vrouwen

Vrouwen maken opvallend meer gebruik van het systeem dan mannen. Die kloof wordt elk jaar groter. In 2016 nam 2,29 procent van de vrouwelijke werknemers betaald educatief verlof, tegenover net iets minder dan 2 procent van de mannen.

Er bestaat ook een duidelijk verband met de grootte van een bedrijf. Hoe groter de onderneming hoe meer werknemers betaald educatief verlof nemen. Volgens Acerta-juriste Sara Hamaekers ligt de verklaring in het feit dat de continuïteit van de onderneming gegarandeerd moet blijven. In een onderneming met minder dan twintig werknemers kan bijvoorbeeld maar één persoon op educatief verlof. In grotere bedrijven kunnen verschillende mensen tegelijkertijd op bijscholing.