Bedrijven met meer dan honderd werknemers moeten nu toch geen burn-outcoach in dienst nemen. Dat was zo gepland in het Zomerakkoord van de regering. Maar de plannen werden na overleg met de sociale partners voorlopig weer ingetrokken.

De federale regering besliste in het Zomerakkoord dat ondernemingen met meer dan honderd werknemers vanaf 1 januari 2018 iemand moesten aanstellen die moest vermijden dat het personeel geveld wordt door een burn-out.

Vakbonden en werkgevers hebben in de Nationale Arbeidsraad zelf een plan uitgewerkt om het groeiende probleem van burn-outs aan te pakken. Vanaf 1 januari 2018 starten diverse proefprojecten in bedrijven die zelf vragende partij zijn.

Het voorstel bestaat uit twee delen. Een eerste luik draait rond proefprojecten met externe begeleidingsteams die in de geselecteerde bedrijven preventief aan de slag gaan. Ze werken in verschillende fasen en elk bedrijf zal een jaar lang begeleid worden.

Wantrouwen

Daarnaast willen de sociale partners experimenteren met innovatieve arbeidsorganisatie. Er wordt onder meer gedacht aan de invoering van zelfsturende teams en loopbaanbegeleiding voor werknemers. Voor de proefprojecten, die twee jaar zullen lopen, is een budget van 2 miljoen euro gevraagd.

De sociale partners pleiten voor een brede aanpak met aandacht voor talentmanagement, competentiebeleid en loopbaanbegeleiding. Nu wordt vaak alleen gekeken naar werkdruk en -omstandigheden. Ook vinden ze het belangrijk dat bedrijven ondersteund worden door externe experts met de nodige competenties.

“Er is zowel bij de werkgevers als bij de vakbonden een groot wantrouwen ten overstaan van burn-outcoaches. Hun enige ervaring is meestal hun eigen burn-out”, zegt Kris De Meester, adviseur van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). Het woord coach doet een curatieve aanpak vermoeden, terwijl het voor werkgevers en vakbonden belangrijker is om in te zetten op het voorkomen van een burn-out.