Steeds meer bedrijven laten hun werknemers af en toe van thuis uit werken. Niet zonder risico: ze dreigen met een gepeperde rekening geconfronteerd te worden als ze daar geen arbeidsovereenkomst over hebben afgesloten. Werknemers kunnen achteraf een forfaitaire vergoeding van tien procent van het loon opeisen.

Randstad heeft daar voor gewaarschuwd bij de voorstelling van de zeventiende editie van de Werkpocket, een overzichtswerk over arbeidsrecht. Volgens cijfers van de federale overheidsdienst Economie is het aantal thuiswerkers in vijf jaar tijd met twintig procent gestegen. Dat moet een beter evenwicht tussen werk en privéleven mogelijk maken.

Volgens Randstad is het aangewezen om daar een specifieke arbeidsovereenkomst voor af te sluiten. Daarbij hoort een regeling om de kosten te vergoeden die thuis worden gemaakt, zoals energieverbruik en internet. Momenteel ontbreekt zo’n overeenkomst nog in veel bedrijven.

Zonder overeenkomst kunnen werknemers achteraf een forfaitaire vergoeding opeisen. Die kan tot tien procent bedragen van het loon voor de dagen waarop thuiswerk deden. “Veel bedrijven beseffen niet welk risico ze lopen”, zegt Jan Denys, de arbeidsmarktexpert van Randstad.

“We raden aan om een addendum aan het arbeidscontract toe te voegen”, stelt Filip Tilleman, auteur van de Werkpocket. “Een vergoeding is zeker niet verplicht, maar een akkoord moet er wel zijn.” Tilleman raadt aan om een zekere vergoeding te geven, omdat onkosten onlosmakelijk verbonden zijn met thuiswerk.