Het aantal faillissementen is in 2017 opnieuw toegenomen en wel vrij fors. Nieuwe statistieken registreerden vorig jaar een stijging met 6,72 procent in vergelijking met 2016. De meest getroffen sectoren waren de bouw, de handel en de horeca.

In 2017 werden in ons land 10.742 faillissementen opgetekend: 4.956 in Vlaanderen, 2.778 in Wallonië, 2.698 in Brussel en 310 buitenlandse ondernemingen. In Vlaanderen was er een daling met acht procent, in Wallonië een stijging met 7,1 procent. Brussel kende een toename van het aantal falingen met liefst 34,15 procent. Het Hoofdstedelijk Gewest was daarmee goed voor 25,12 procent van alle faillissementen.

Van de ondernemingen die balansen publiceren, cumuleren er 22.850 of 5,6 procent alle gebreken: een negatief eigen vermogen, een negatief bedrijfskapitaal en een negatieve cashflow. Het gaat vooral om nv’s en bvba’s.

De bouwsector levert 18,6 procent van de faillissementen, de handel 25,5 procent en de horeca 21,5 procent. Die drie gevoelige sectoren maken respectievelijk slechts 9,62, 14,72 en 4,90 procent van de actieve ondernemingen uit.

Ons land telde vorig jaar 1.530.770 actieve economische entiteiten. Niet alle juridische vormen kunnen failliet gaan. Verenigingen, landbouwbedrijven en vrije beroepen zijn er bijvoorbeeld van vrijgesteld. Dat gaat alles samen om ongeveer 300.000 ondernemingen.

Elk jaar worden nieuwe entiteiten opgericht en zijn er ook stopzettingen. Maar het saldo is positief. Dat van 2017 (+38.854 ondernemingen) is groter dan voor de crisis in 2007 (+36.023 ondernemingen).

In 2018 worden alle types van economische entiteiten als gewone ondernemingen beschouwd, waardoor ze ook failliet kunnen gaan. Dat is althans het plan van de federale regering.